Door op 3 oktober 2014

De mening van Marc Moussault

Sociaal Do-mijn of –jullie?

Waar waren jullie, waar was u? Ik heb velen van u gemist, bijna iedereen eigenlijk.
Van heel de uitgenodigde bevolking van Schagen is er maar een kleine vijftig komen opdagen.

In Igesz, afgelopen woensdagavond.

Ja, er was ook bridgen in de achterzaal, daar gingen hordes wazigkijkenden naar toe, nadat ze eerst in de grote zaal naar binnen hadden gekeken.

Want wat was daar?

Een voorlichtingsbijeenkomst over de komende veranderingen  op het gebied van jeugdzorg, de WMO, de AWBZ en de sociale werkvoorziening.
‘Oh, nee, da’s politiek, niks voor mij’, zeiden veel van die kaartclubvrienden, draaiden zich om en wazigden zich naar hun ‘twee-sans’-lokaal.
Gemist hebben wij dus jullie, burgers van Schagen, bij een ruim opgezette bijeenkomst over de veranderingen in wat heet het Sociaal Domein.

O, u wist er niet van?
Flyer

Dan heeft u de ruim veertig affiches, opgehangen bij zorginstellingen, huisartsen, de bibliotheek en bij particulieren gemist, qua zien.
Ook de advertenties in de zondagskranten over het hoofd gezien.
Ja, de persberichten in de media heeft u niet kunnen missen, want die hebben nauwelijks aandacht aan de bijeenkomst geschonken.
Geen letter in de Rensgarsbode, zo u daar al tegen beter weten in nog op geabonneerd bent.

Nee, informatie over onpartijdige voorlichting aan Schager bewoners over de veranderingen in de zorg en hoe de gemeente Schagen dat denkt te gaan oplossen, is natuurlijk geen nieuws voor ze.
‘Valt er niets te janken, hoeven we het niet te plaatsen.

’ Positief nieuws valt in de optiek van de scribenten van de Rensgarsbode onder het kopje: geen nieuws.

Tenzij het natuurlijk gaat over de (her)inrichting van een zelfkazende breiwinkel met reiki-structuur waar sportblessures met een kortingsbon van de krant verdwijnen als sneeuw voor een meeuw.
Dat komt zo leuk uit met de advertentie die geheel toevallig op dezelfde pagina staat.
Maar ondanks de noninformatie qua media, was het toch een geslaagde avond.

Vijftig man en vrouw (dat moet je nou eenmaal politiek correct zo benoemen – kost alleen maar meer tijd) waren naar Igesz gekomen om een vijftal sprekers te aanhoren en te bevragen over de eerder genoemde veranderingen die 1 januari aanstaande ingaan.

‘Wat gebeurt er met de zorg voor…’ en vul zelf maar in, was de kern van alle vragen.

Geen onrust, geen boosheid, geen diepgaand onbegrip.
Nee, basale vragen over hoe het volgend jaar verder gaat met oude moeder, licht verstandelijk gehandicapte Joost, lastige en weglopende Anne.

Wie gaat daar voor zorgen.
Wel, de gemeente dus.

Dat is de kern van de 3D-transities. Van de wat…? Ja, van de dat!
Daar ging die avond over.
Hoe willen jullie als burger daar bij betrokken worden, wat weten jullie hierover en wat zijn de vragen.
Nou, wat mij betreft: vragen? Geen vragen. OK.

De gemeente, in de zin van het ambtelijk apparaat en wethouder Ben Blonk werken zich het laatste driekwart jaar een slinger in hun staart om alles goed te laten landen.
Dat de jeugdzorg kwaliteit houdt, dat de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning geen holle bolle boom wordt, dat de (veranderde) sociale dienst de nieuwe taken goed kan oppakken en alle (ook veel nieuwe) medewerkers op nieuwe functies soepel gaan samenwerken.
Een gigaproject, waar in het algemeen de gemiddelde burger geen weet van heeft, of domweg niet in geinteresseerd is.
Je kunt het vergelijken alsof NS in twee jaar tijd van stoom- op electrische locomotieven overgaat.

Maar goed. Het raakt u niet, of nog niet, of onvoldoende.

Ik heb donderdag een supermarktmanager nog moeten uitleggen hoe de gemeenteraad werkt, wat het werk van wethouder Blonk is, wat onze betrokkenheid als raadsleden is bij de gemeente.
Hij zag het alleen maar als vertragend.
Je doet toch gewoon wat je wil, was zijn standpunt.
Maar als je dat niet (meer) kan, zouden of zullen anderen voor je moeten zorgen.
En hoe, en wie, en waar?
Daar ging het woensdagavond over.

Toch jammer dat u er niet was.

Marc Moussault